Porfieren

 

Wel eens van porfier gehoord? Ik vermoed maar weinigen. Stenenliefhebbers, ja, die zeker, maar verder? Geologen ook en misschien een paar oud-scholieren die zich nog kunnen herinneren dat hun aardrijkskundeleraar het wel eens had over granieten en porfieren. Maar hoe het  precies zat…? Dat wil de meesten niet meer te binnen schieten.

Ik kwam op dit onderwerp omdat ik onlangs op het Hoge Veld tussen Bunne en Norg een kale zandakker zag die bezaaid was met zwerfkeien. Ze lagen er bij duizenden, groot en klein. Dat zie je vandaag de dag in Drenthe niet veel meer. Vermoedelijk ploegde de boer zijn land afgelopen herfst wat dieper, waardoor hij met de ploegschaar het niveau met keien raakte, dat zich daar zeer ondiep onder het oppervlak bevindt.

Het Hoge Veld bij Norg

Het Hoge Veld bij Norg.

 

Nog steeds zijn op sommige akkers in het Hondsruggebied veel zwerfkeien te zien. Met vroeger vergeleken is dit echter een flauwe afspiegeling

Nog steeds zijn op sommige akkers in het Hondsruggebied veel zwerfkeien te vinden.

 

Tussen de zwerfstenen kwam ik talloze rapakivi’s tegen. Dit zijn roodachtige granieten die in de Saale-ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden, uit het zuidwesten van Finland zijn aangevoerd. Rapakivi’s zijn normaal voor Noord- en Oost-Drenthe. Apart daarvan vond ik verrassend veel porfieren van Zweedse herkomst. Vooral soorten uit de Middenzweedse provincie Dalarna waren niet zeldzaam. Vermoedelijk danken we die Zweedse keien aan de komst van het allereerste gletsjerijs dat in de Saale-ijstijd vanuit Scandinavië ons land binnen schoof. Dat ijs liet een leemlaag achter met veel stenen uit Midden- en Zuid-Zweden. Later in de Saale-ijstijd kwam er op het Hoge veld nog een keileemlaag overheen met een heel ander stenengezelschap, waaronder veel Finse rapakivi’s. Rapakivi’s zijn voornamelijk granieten, maar je hebt ook rapakiviporfieren.

Alandrapakivi - Zwerfsteen van Gieten (Dr.). Alandrapakivi's noemt men ook wel 'ringetjesgraniet' vanwege de ronde kaliveldspaten die omgeven zijn door een smalle rand van witte plagioklaas.

Alandrapakivi – Zwerfsteen van Gieten (Dr.).
Alandrapakivi’s noemt men ook wel ‘ringetjesgraniet’, vanwege de ronde kaliveldspaten die omgeven zijn door een smalle rand van witte plagioklaas.

 

Porfieren zijn net als granieten stollings- of magmatische gesteenten, die door het afkoelen en kristalliseren van magma ontstonden. In Scandinavië is dat ondertussen al heel erg lang geleden, maar porfieren komen er nog veel voor. In zijn algemeenheid kun je stellen dat porfieren van vulkanische oorsprong zijn. Ze ontstaan zowel onderaards als bij zeer heftige vulkanische uitbarstingen.

Finse granietporfier - Zwerfsteen van het Hoge Veld bij Norg. Het verschil met een porfierische graniet is dat de grondmassa bij deze veel grover gekorreld is.

Finse granietporfier – Zwerfsteen van het Hoge Veld bij Norg.
Het verschil met een porfierische graniet is dat de grondmassa bij deze laatste grover van korrel is.

Botnische felsietporfier - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.). Een ander voorbeeld van een kwartsporfier. Het gesteente is zeer dicht en keihard. Het bgreekt bijna als vuursteen. In het gesteente zijn relatief weinig vlekjes en pitjes van eerder gevormde kristallen zichtbaar. Deze, in een vroege fase van stolling gevormde kristallen noemt men eerstelingen.

Botnische felsietporfier – Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.).
Een ander voorbeeld van een kwartsporfier. Het gesteente is zeer dicht en keihard, het breekt bijna als vuursteen. In het gesteente zijn relatief weinig vlekjes en pitjes van eerder gevormde kristallen zichtbaar. Deze, in een vroege fase van stolling gevormde kristallen noemt men eerstelingen of eerstelingkristallen.

 

Porfido rosso antico

Met porfier is iets bijzonders aan de hand. Het gesteente kent een bijzondere geschiedenis. De naam heeft te maken met het oude Rome en de passie van de Romeinen voor een keiharde, kleurige steensoort die men uit Egypte haalde. Porfier is afgeleid van het Griekse ‘porphyrites‘. Hierin zit het woord ‘porphyros‘ dat purper betekent. De Romeinen noemden het gesteente ‘lapis porphyrites purpureus‘, wat purperen steen betekent. Plinius de Oudere schreef in 59 n.Chr. in zijn grote werk Naturalis historia dat als het gesteente veel witte korreltjes en vlekjes bevatte, hij het ‘leptopsephos‘ noemde ofwel wit gespikkeld. Tegenwoordig noemt men het oude porfiergesteente ‘Porfido rosso antico‘.

Porfido rosso antico, gepolijst.

Porfido rosso antico, gepolijst.

Porfierpuin in de oude Romeinse porfiergroeve in Mons Porphyrites in Egypte

Porfierpuin in de oude Romeinse porfiergroeve in Mons Porphyrites in Egypte.

 

Het porfiergesteente bezit een dichte, roodbruine grondmassa, die onder een bepaalde belichting soms een purperen kleur vertoont. Naast talloze kleine witte kristalvlekjes van plagioklaas bevat het soms ook nog kleine heldere kwartskristallen.

Mons Porphyrites - Djebel Dokhan, Egypte

Plinius vermelde dat het gesteente te vinden was in de Mons Porphyrites, een gebergte in de Egyptische woestijn tussen Nijl en Rode Zee. De oude Romeinse porfiergroeve is terug gevonden en ligt westelijk van het huidige Hurghada, op zo’n 40 km van de Rode Zee, op de steile noordhelling van het Djebel Dokhangebergte. Dit was destijds en is ook nu nog een gortdroog gebied zonder begroeiing. In tegenstelling tot wat verwacht zou mogen worden, vervoerde men de uitgehakte zuilen, ornamenten, kapitelen, wasbekkens en badkuipen niet over de Rode Zee, maar via de Nijl. Vermoedelijk was de tocht over zee te riskant. Bovendien had men van daaruit geen directe vaarverbinding met de Middellandse zee.

Tot de vijfde eeuw n.Chr. heeft men de rode porfier in de steengroeve bij Hurghada geëxploiteerd, daarna was het gebeurd. Vandaag de dag worden in de oude vervallen steengroeve nog steeds half afgewerkte producten aangetroffen.

Zuilen van porfiergesteente in de oude Romeinse porfiergroeve in het Djebel Dokhangebergte, Egypte.

Zuilen van porfiergesteente in de oude Romeinse porfiergroeve in het Djebel Dokhangebergte, Egypte.

Niet afgewerkte kolommen van Porfido rosso antico in de porfiergroeve in Djebel Dokhan in Egyptye

Niet afgewerkte kolommen van Porfido rosso antico in de porfiergroeve in Djebel Dokhan in Egypte

 

De populariteit van deze rode porfiersoort uit Egypte begon in de tijd van de Ptolemaïsche farao’s. Zij droegen namelijk purperen mantels, een gewoonte die de Romeinen overnamen. Plinius vermeldt verder dat tijdens de regeerperiode van keizer Claudius (10 v.Chr. – 54 n.Chr.) de eerste zuilen van porfier in Rome arriveerden. Onder de latere keizers bereikte de porfiermode een hoogtepunt. Volgens de historicus en schrijver Suetonius was keizer Nero (37 – 68 n.Chr.) de eerste die in een sarcofaag van rode Egyptische porfier werd bijgezet. Dit laatste gebruik veranderde geleidelijk in een traditie. Ten tijde van Constantijn de Grote liet men hele zalen en vloeren met het prachtige gesteente bekleden, naast de gebruikelijke voorwerpen als zuilen, borstbeelden, tronen en badkuipen. Twee grote, prachtig uitgevoerde sarcofagen van deze porfiersoort, die in het bezit waren van de familie van keizer Constantijn de Grote (272-337 n.Chr.), zijn bewaard gebleven. Ze staan nu opgesteld in Vaticaanse musea.

Rode porfieren sarcofaaf van keizering Helena, de vrouw van keizer Constantijn de grote. De sarcofaag is opgesteld in een museum in het Vaticaan.

Rode porfieren sarcofaag van de heilige keizerin Helena, de moeder van Constantijn de Grote. De sarcofaag staat opgesteld in een museum in het Vaticaan.

Het monument van de tetrarchen is een porfieren beeldengroep die een plaats heeft gekregen aan de buitenkant van de schatkamer van de basiliek van San Marco in Venetië. Het monument is rond het jaar 300 gemaakt en is 1,30 meter hoog.

Het monument van de tetrarchen is een porfieren beeldengroep die een plaats heeft gekregen aan de buitenkant van de schatkamer van de basiliek van San Marco in Venetië. Het monument is rond het jaar 300 gemaakt en is 1,30 meter hoog.

 

Hiermee is de geschiedenis van het Egyptische rode porfiergesteente nog niet ten einde. Omdat de Arabieren in de 7e eeuw ook Egypte veroverden, ging het gebied met het porfiervoorkomen voor de Christelijke wereld verloren. Om in de Middeleeuwen toch aan de vraag naar dit kleurige gesteente te voldoen, greep men terug op oude Romeinse bouwwerken, waar op grote schaal porfier in was verwerkt. In Rome en omliggende plaatsen werd het kostbare porfiergesteente uit talloze gebouwen gesloopt en opnieuw gebruikt. Het verhaal wil dat Karel de Grote (747-814) met toestemming van paus Hadrianus in 786 een aantal porfierzuilen uit Rome mocht halen, om die te gebruiken voor zijn Pfalzkerk in Aken.

Porfieren amforavazen gemaakt uit hergebruikte Romeinse porfiersteen, uit het laatst van de 17e eeuw.

Porfieren vazen gemaakt uit hergebruikte Romeinse porfiersteen, uit het laatst van de 17e eeuw.

 

Het uithakken destijds van deze keiharde, splinterig brekende porfiersoort zal in de hitte van de Egyptische woestijn met het toen beschikbare gereedschap een hels karwij zijn geweest. Het zware werk werd verricht door krijgsgevangenen die als slaaf in de groeve te werk werden gesteld. Ontelbaren van hen zullen daarbij het leven hebben gelaten.

Gaius Aurelius Valerius Diocletianus (geboren als Diocles) (ca. 22 december 244 - 3 december 311) was Romeins keizer van 20 november 284 tot 1 mei 305 gemaakt in de Egyptische porfiersoort Porfido rosso antico

Gaius Galerius Valerius Maximianus, beter bekend als Galerius, was Romeins keizer van mei 305 tot mei 311. Borstbeeld gemaakt van  Porfido rosso antico.

 

Zwerfsteenporfieren

Hoewel het Griekse woord ‘porphyrites‘ vooral op de roodviolette kleur van het gesteente van Djebel Dokhan in Egypte sloeg, kreeg de term ‘porfier‘ bij ons een bredere betekenis. Niet de kleur, maar de structuur van het gesteente bepaalt of je met een porfier te maken hebt. Porfieren bezitten een zeer fijnkorrelige tot dichte grondmassa, waarin een wisselend aantal kleine of iets grotere kristallen lijken te ‘zweven’.

Paskallavikporfier - Zwerfsteen van Hubertsberg, Oostzee (Dld.)

Paskallavikporfier – Zwerfsteen van Hubertsberg, Oostzee (Dld.).

 

Alle zwerfstenen die opgebouwd zijn uit kristallen in twee generaties krijgen het voorvoegsel ‘porfierisch’ of het zijn echte porfieren. Zo kennen we bijvoorbeeld porfierische granieten en porfierische syenieten. Beide zijn dieptegesteenten, geen porfieren dus. Het zijn zwerfstenen met een porfierische structuur. In het algemeen is het zo dat de uitdrukking porfier gebruikt wordt voor lichtkleurige zwerfstenen met eerstelingkristallen van kaliveldspaat, plagioklaas en kwarts. Donkere gesteenten als basalt en diabaas bevatten ook vaak eerstelingen van witte plagioklaas, olivijn en augiet, maar deze gesteenten noemt men doorgaans geen porfier.

Tönsbergiet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.). Tönsbergiet is een syeniet uit het Zuidnoorse Oslogebied. Het is door door Noorse onderzoekers zo genoemd naar het voorkomen in de omgeving van de plaats Tönsberg. Het gesteente is echter een larvikiet die zijn afwijkende kleur te danken heeft aan de omzetting van de veldspaat.

Porfierische syeniet (Tönsbergiet )- Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).
Tönsbergiet is een porfierische syeniet uit het Zuidnoorse Oslogebied. Het is door Noorse onderzoekers genoemd naar het voorkomen in de omgeving van de plaats Tönsberg. Het gesteente is feitelijk een larvikiet, die zijn afwijkende kleur te danken heeft aan de omzetting van de veldspaat.

Olivijnbasalt - Klutzhöved (Dld.). Dit type basalt met zijn karakteristieke roodachtige kristallen van olivijn en zwarte augiet noemt men wel ankaramiet. Soms bevatten basalten talrijke met het blote oog zichtbare eerstelingen. Afhankelijk van de samenstelling kunnen die door verschillende mineralen gevormd worden. In dit gesteente zijn de oranje-bruine vlekjes van het mineraal olivijn. De zwarte pitjes zijn van pyroxeen (augiet).

Porfierische olivijnbasalt – Klutzhöved (Dld.).
Soms bevatten basalten talrijke met het blote oog zichtbare eerstelingen. Afhankelijk van de samenstelling kunnen die door verschillende mineralen gevormd worden. In het gesteente op de foto zijn de oranje-bruine vlekjes van het mineraal olivijn. De zwarte pitjes zijn van pyroxeen (augiet). Dit basalttype wordt door zwerfsteenverzamelaars ‘ankaramiet’ genoemd.

 

Veel porfieren bezitten eerstelingkristallen van helder, glazig grijze of rookkleurige kwarts, kaliveldspaat en plagioklaas. De kleur van het gesteente zelf is zeer variabel. Zwerfsteenporfieren van noordelijke herkomst zijn voornamelijk van Precambrische ouderdom. Dat is de ‘Porfido rosso antico’ uit Egypte ook. De geologisch hoge ouderdom is de oorzaak waarom onze zwerfsteenporfieren vaak een rode, bruine, lilapaarse, oranje, geelbruine, roodbruine of zelfs een zwarte kleur bezitten. Van oorsprong waren het zeer lichtkleurige gesteenten, die wij rhyoliet zouden noemen. Dat deze porfieren nu veel donkerder zijn, danken ze aan chemische omzetting. IJzer speelt hierbij een belangrijke rol. Sporen van dit metaal kan gesteenten intensief kleuren.

Rode Oostzeeporfier - Zwerfsteen van neuenkirchen (Dld.). In het roodkleurige gesteente zijn talloze kleine eerstelingkristallen zichtbaar van kaliveldspaat (dieper rood) en kwarts (donkergrijs). De rode kleur van het gesteente wordt veroorzaakt door ijzer.

Rode Oostzeeporfier – Zwerfsteen van Neuenkirchen (Dld.).
In het roodkleurige gesteente zijn talloze kleine eerstelingkristallen zichtbaar van kaliveldspaat (dieper rood) en kwarts (grijs). De rode kleur van het gesteente wordt veroorzaakt door ijzer. Dit zwerfsteentype noemt men ook wel Rode Oostzee kwartsporfier.

 

Porfieren en porfierieten

De onderverdeling die zwerfsteenliefhebbers bij porfieren hanteren is gebaseerd op de samenstelling van de eerstelingen. Porfieren bezitten eerstelingen van kwarts, kaliveldspaat vaak vergezeld van plagioklaas. Deze porfiertypen noemt men gewoonlijk kwartsporfier. Porfieren met alleen eerstelingen van kaliveldspaat en plagioklaas heten in de zwerfsteenliteratuur veldspaatporfier.

In porfierieten ontbreekt kwarts, terwijl veldspaateerstelingen voornamelijk van plagioklaas zijn, zoals bijv. in Grönklittporfieriet. Eerstelingen van kaliveldspaat kunnen in deze gesteenten geheel ontbreken of zijn in de minderheid zoals in Venjanporfieriet.

Gustavsporfier - Zwerfsteen van het Hoge veld (Norg). Deze porfier uit Dalarne in Midden-Zweden bevat talrijke kleine rode eerstelingen van kaliveldspaat. De kleine kwartsjes vormen grijze pitjes in het gesteente.

Gustavsporfier – Zwerfsteen van het Hoge veld (Norg).
Deze kwartsporfier uit Dalarne in Midden-Zweden bevat talrijke kleine, rode eerstelingen van kaliveldspaat. De kleine kwartsjes vormen grijze pitjes in het gesteente.

Grönklittporfiriet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.). In het dichte, splinterig brekend gesteente zijn talloze kleine eerstelingkristallen zichtbaar van plagioklaas.

Grönklittporfiriet – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).
In het dichte, splinterig brekend gesteente zijn talloze kleine eerstelingkristallen zichtbaar van plagioklaas.

Venjanporfiriet - Zwerfsteen van Gaarkeuken (Gr.). Porfierieten zijn kwartsvrije porfieren met veel witte eerstelingen (kristallen) van plagioklaas. Kaliveldspaat valt minder goed op door zijn roodachtige kleur.

Venjanporfiriet – Zwerfsteen van Gaarkeuken (Gr.).
Porfierieten zijn kwartsvrije porfieren met veel witte eerstelingkristallen van plagioklaas. De kaliveldspaten vallen minder goed op door hun roodachtige kleur.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s