IJstijden, zwerfstenen en lelies

 

Gekneed en vormgegeven door ijs, water en wind. Dat kenmerkt het landschap rond Govelin, aan de rand van de sterk beboste Göhrde in Duitsland ten zuidoosten van Hamburg. Maar er is meer: zwerfstenen en roggelelies bijvoorbeeld. Bij Govelin groeien en bloeien deze laatste nog in hun natuurlijke omgeving en dat is uniek voor Europa.

Akkerstenen aan de rand van Govelin. Bij het oogsten werpen de boeren de grotere stenen op hopen langs de akker. Alle zwerfstenen van de akkers verwijderen is geen optie., daarvoor liggen er teveel.

Akkerstenen aan de rand van Govelin.
Bij het oogsten werpen de boeren de grotere stenen op hopen langs de akker. Alle zwerfstenen van de akkers verwijderen is geen optie, daarvoor liggen er teveel.

De feloranje roggelelie is het visitekaartje voor Govelin. Op de roggeakkers daar bloeien eind juni vele honderden van dit opvallende ´akkeronkruid´.

De feloranje roggelelie is het visitekaartje van Govelin. Op de roggeakkers daar bloeien eind juni vele honderden van dit opvallende ´akkeronkruid´.             

          

    

     

 

 

 

 

 

 

Grote kans dat u nog nooit van beide plaatsen heeft gehoord. De Göhrde is een uitgestrekt bosgebied westelijk van Hitzacker a/d Elbe, met aan de oostrand ervan het piepkleine dorpje Govelin. Het landschap rond Govelin heeft zich ontwikkeld op zand en leem, maar de voornaamste contouren dateren uit de laatste tweeijstijden. Het resultaat van ijs, sneeuw en wind is een buitengewoon vriendelijk landschap met glooiingen, indrukwekkende stuifduinen, zandruggen en beekdalen.Dit alles gestoffeerd met kleine dorpen, glooiende akkers, houtwallen en uitgestrekte bossen, waar je zomaar dieren als wilde zwijnen en edelherten kunt ontmoeten. Zelfs de aanwezigheid van wolven is niet uitgesloten. Oh ja, zwerfstenen heb je er ook. Veel zelfs. Voor een belangrijk deel zijn het dezelfde soorten als op de Hondsrug in Drenthe, maar je komt er ook genoeg tegen die je tevergeefs in het Hondsruggebied zult zoeken. Op sommige plaatsen liggen de zwerfstenen bijduizenden op en langs de akkers.

Kaart Govelin

 

Onkruid in het graan

Voor het aantrekkelijke landschap alleen komt men niet naar Govelin. Dichter bij huis vind je vergelijkbare landschappen, ook in Drenthe, zij het dat het Drentse boerenland door ruilverkavelingen veel grootschaliger is dan rond Govelin. Ook mis je bij ons akkers met goudkleurige, ruisende rogge. Het Drentse boerenland bestaat in toenemende mate uit gras, mais en aardappelen, met hier en daar een bietenakker en, maar daar moet je met een lantaarntje naar zoeken, nog een enkele ‘schaamakker’ met graan.

Het piepkleine dorpje Govelin ligt in een fraai geaccidenteerd, zeer afwisselend landschap.

Het piepkleine dorpje Govelin ligt in een fraai geaccidenteerd, zeer afwisselend landschap.

Eichenallee in Govelin. Het wandelpad naar de roggelelies wordt geflankeerd door een groot aantal majestueuze eiken. De bomen lijken honderden jaren oud, maar zijn in werkelijkheid niet ouder dan 165 jaar. Het pad noemt men ook wel ´Ortolanenallee´ vanwege de talrijke ortolanen die hier voorkomen.

Eichenallee in Govelin.
Het wandelpad naar de roggelelies wordt geflankeerd door een groot aantal majestueuze eiken. De bomen lijken honderden jaren oud, maar zijn in werkelijkheid niet ouder dan 165 jaar. Het pad noemt men ook wel ´Ortolanenallee´ vanwege de talrijke ortolanen die hier voorkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rond Govelin is de inrichting van het landschap anders, kleinschaliger vooral. Hoewel de tijd daar ook niet heeft stilgestaan, proef je er nog wel de sfeer van Drenthe, zo’n 60 jaar terug. Mooi, daar niet van en nostalgisch ook, maar feitelijk is dit bijzaak. Wat Govelin ‘wereldberoemd’ maakt in Noord-Duitsland en daarbuiten, zijn de roggelelies. Op sommige akkers staan ze op het laatst van juni bij honderden uitbundig te bloeien met grote oranje bloemen. Een unicum, want elders in West- en Noord-Europa is dit nergens (meer) te zien.

Het is nauwelijks voor te stellen dat deze fraaie planten vroeger een onuitroeibaar onkruid vormden. De lelies stonden ook in Drenthe bij honderden op de zandschrale rogge- en haverakkers. Boeren wilden er maar al te graag van af, maar de middelen ontbraken. Gewasbestrijdingsmiddelen bestonden nog niet en met de ploeg kwam men niet diep genoeg. Kortom bij het verbouwen van graan kreeg men de prachtige, oranje lelies op de koop toe. Als de roggelelies in juni bloeien, zou je wensen dat ze in een tuincentrum te koop waren. Helaas, lelies zat, maar roggelelies? Nee, die zijn er niet.

Roggeakker met roggelelies en korenbloemen

Roggeakker met roggelelies en korenbloemen

Nergens in Noordwest/Europa vind je nog zo´n compleet gezelschap akkeronkruiden als op de akkers van boer harry Bergmann in Govelin. Er valt daar veel te botaniseren.

Nergens in Noordwest-Europa vind je nog zo´n compleet gezelschap akkeronkruiden als op de akkers van boer Harry Bergmann in Govelin. Er valt daar veel te botaniseren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Sommige akkers kleuren blauw van de duizenden korenbloemen. Waar kun je vandaag de dag nog korenbloemhoning kopen. Juist, in Govelin.

Sommige akkers kleuren blauw door duizenden korenbloemen. Waar kun je vandaag de dag nog korenbloemhoning kopen? Precies, in Govelin.

Korenbloemen vallen direct op, maar iets verder naar de grond vind je een scala aan kruiden, die je in Nederland nauwelijks of niet meer kunt vinden.

Korenbloemen vallen direct op, maar als je door de knieën gaat vind je een scala aan kruiden, die je in Nederland nauwelijks of niet meer tegen komt.

 

 

 

 

 

 

 

 

In eigen land kleurden de roggeakkers in Drenthe en Oost-Groningen vroeger ook oranje. Maar sinds de toepassing van ‘gewasbeschermingsmiddelen’ en door grootschalige grondverbeteringen en ruilverkavelingen zijn ze verdwenen. In Vlagtwedde en omgeving schijnen in een paar tuinen nog roggelelies te staan, maar dat wordt allengs minder. Behalve rond Govelin. Vreemd eigenlijk dat deze plant, gezien zijn gebruik en symboliek in het verleden, nooit gecultiveerd is. Een van de redenen zou kunnen zijn dat hij misschien wel te gewoon was. Voor een vaas met fraaie bloemen in de kamer liep je vroeger gewoon de akker op.

Beheersmaatregelen en een jaarlijkse subsidie stellen landbouwer Harry Bergmann in Govelin in staat om deze, uit landbouwkundig oogpunt, waardeloze plant, samen met talloze andere akkeronkruiden in leven te houden en waar mogelijk zelfs te laten uitbreiden. Zijn rogge- en haverakkers worden extensief beheerd, waardoor de oranje lelies zich heel langzaam in de omgeving uitbreiden. Deze onkruidgemeenschap, die vroeger overal op de kalkarme schrale graanakkers voorkwam, is alleen nog aanwezig op een schamel aantal hectares bouwland rond Govelin. Verder in West- en Noord-Europa nergens meer.

Ieder jaar, rond de 20-ste juni, zijn er rondleidingen en staat het erf van Harry Bergmann in het teken van deze bijzondere plant. Ook volgend jaar weer en laten we hopen ook de jaren daarna. Roggelelies zijn biologisch-historisch erfgoed. Goed om dat te beseffen en er zuinig op te zijn.

De rondleiding start op het erf bij de oude ´Rundlingboerderij´van hem. Hier vertelt hij zijn toehoorders iets over de geschiedenis van dit familiebedrijf.

De rondleiding start op het erf bij de oude ´Rundlingboerderij´ van Harry Bergmann. Hier op de voorgrond vertelt hij zijn toehoorders iets over de geschiedenis van zijn familiebedrijf.

Daarna gaat het in kolonne, via de ´Lehmkuhle´ naar de akkers met lelies. In de leemkuil werd vroeger lòss gewonnen, dat vanwege zijn kalkgehalte gebruikt werd als kalkbemesting op de zandschrale roggeakkers.

Daarna gaat het in kolonne, via de ´Lösslehmkuhle´, naar de akkers met lelies. In de leemkuil werd vroeger löss gewonnen, die vanwege het kalkgehalte gebruikt werd als kalkbemesting op de zandschrale roggeakkers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Glooiingen, zandbulten en zwerfkeien

Dat het gebied rond Govelin zo geschikt is voor roggelelies, komt vooral door de grondsoort waarin deze plant wortelt. Overal vind je zand, fijn zand vooral, hier en daar  doorspekt met zwerfkeien. Het is schrale grond, sowieso kalkarm en voedsel zit er ook al niet veel in. In het zand zitten veel stenen. Ze zijn een erfenis uit de ijstijd.

De belangrijkste contouren van het landschap rond Govelin zijn te danken aan de stuwende werking van gletsjerijs in de allerlaatste fase van de Saale-ijstijd, ca. 130.000 jaar geleden. Bij ons in Nederland was de Saale-ijstijd weliswaar al een paar duizend jaar eerder voorbij, maar of het ook veel warmer werd, is maar zeer de vraag. De koude van een ijstijd laat zich niet zo maar verdrijven. We zagen dit ook aan het eind van de laatste ijstijd, het Weichselien. Het duurde nog zo’n 3000 jaar voordat deze koudeperiode met ups en downs 10.650 jaar geleden echt voorbij was. Er zijn aanwijzingen dat de Saale-ijstijd op een vergelijkbare wijze eindigde.

Sommige akkers liggen bezaaid met duizenden grote en kleine zwerfstenen.

Sommige akkers liggen bezaaid met duizenden grote en kleine zwerfstenen.

De rijkdom aan zwerfstenen is bijzonder groot. Al jaren achtereen werpen boeren de stenen bij het oogsten op hopen langs de akkers. de hoeveelheid is echter zo groot dat het haast onbegonnen werk lijkt.

De rijkdom aan zwerfstenen is bijzonder groot. Al jaren achtereen werpen boeren de stenen bij het oogsten op hopen langs de akkers. De hoeveelheid veldkeien is echter zo groot dat het haast onbegonnen werk lijkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadat het gletsjerijs uit ons land verdwenen was, trok de ijsrand zich verder terug, vermoedelijk zelfs tot in Zuid-Zweden. Zo’n 2000 jaar later kwam de kou terug. Bitterkoud werd het. De aanvoer van gletsjerijs kwam weer op gang, met als gevolg dat de ijsrand zuidwaarts opschoof, de zuidelijke Oostzee bedekte en al het land tot iets voorbij de lijn Hitzacker – Hamburg, westelijk van de Elbe. Daar kwam het ijs tot stilstand. Deze oprisping van de Saale-ijstijd noemt men het Warthe Stadium. Lange tijd was niet zeker of het Warthe-stadium de allerlaatste fase van de Saale-ijstijd was of dat het misschien wel een aparte ijstijd vormde. IJstijdgeologen zijn echter van mening dat het Warthe-stadium de eindfase van de langdurige Saale-ijstijd markeert.

 

Het grijze gebied op de kaart was tijdens het maximum van de Saale-ijstijd bedekt door Scandinavisch landijs. Na een betrekkelijk milde periode van een paar duizend jaar, waarin het ijs zich tot in Zuid-Zweden had teruggetrokken, begon een nieuwe koudefase. Dit was de laatsate oprisping van de Saale-ijstijd. Het landijs schoof via de Zuidelijke Oostzee op tot aan de stippellijn. Deze koudefase van het Saalien noemt men het Warthe-Stadium.

Het grijze gebied op de kaart was tijdens het maximum van de Saale-ijstijd bedekt door Scandinavisch landijs. Na een betrekkelijk milde periode van een paar duizend jaar, waarin het ijs zich tot in Zuid-Zweden had teruggetrokken, begon een nieuwe koudefase. Dit was de laatste oprisping van de Saale-ijstijd. Het landijs schoof via de Zuidelijke Oostzee op tot aan de stippellijn. Deze koudefase van het Saalien noemt men het Warthe-Stadium.

 

De uiterste rand die het ijs bereikte wordt gemarkeerd door een duidelijke, in het landschap zichtbare, slingerend verlopende eindmorenegordel. De morenerand loopt iets westelijk van Hamburg (Blankeneser en Harburger Berge) via Lüneburg, de Göhrde naar Hitzacker en Dannenberg a/d Elbe. Deze eindmorene heeft hier en daar een imposant karakter met grote hoogteverschillen. Stuwing van het landijs heeft delen van het landschap tot grote hoogte opgestuwd. Deze hoogteverschillen zijn vanaf de Autobahn bij Hollenstedt, tussen Bremen en Hamburg, bijzonder fraai waarneembaar. Van een hoogte van enige tientallen meters loopt de autoweg naar beneden, waarbij U uitkijkt over een uitgestrekte, grotendeels beboste laagte. Hier moet zo’n 130.000 jaar geleden een grote massa gletsjerijs hebben gelegen, die de hoogte bij Hollenstedt heeft opgedrukt. Indrukwekkend!

 

De vorrand van het ijs in het Warthe-Stadium liet na afsmelting een prachtig heuvelachtig eindmorenelandschap na.

De voorrand van het ijs in het Warthe-Stadium liet na afsmelting een prachtig heuvelachtig eindmorenelandschap na. In dit landschap, net achter de bossen van de Göhrde, ligt Govelin.

Boerenandschap in de Göhrde, bij Govelin. Hoewel graan het voornaamste akkergewas is, verbouwd men ook aardappelen en koolzaad.

Boerenlandschap in de Göhrde, bij Govelin. Hoewel graan het voornaamste akkergewas is, verbouwd men ook aardappelen en koolzaad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog spectaculairder zijn de hoogteverschillen bij Hitzacker, waar de Elbe de morenegordel heeft aangesneden. Vanaf de Weinberg daar kijk je van 45 meter hoogte naar beneden, over de Elbe en oostwaarts tot ver in het Mecklenburgerland, met aan de horizon de beboste morenerand van de Weichsel-ijstijd. Het gebied van de Göhrde met het dorpje Govelin, tussen Lüneburg en Hitzacker maakt deel uit van deze eindmorenegordel. De Warthe-morene wordt in de Göhrde algemeen als ‘Altmoräne’ aangeduid, omdat deze ouder is dan die uit de latere Weichsel-ijstijd. Deze laatste staat bekend als ‘Jungmoräne’.

Na het betrekkelijk korte, warme interglaciaal van het Eemien stond de Weichsel-ijstijd voor de deur, een ijstijd overigens die vele, vele tienduizenden jaren zou duren. Dit keer kwam het gletsjerijs niet zo ver als tijdens het Warthe-Stadium. De ijsrand bleef een dertigtal kilometers oostelijk van Govelin steken. Niettemin liet de ijstijdkou het landschap rond Govelin niet onberoerd. Bijna overal zijn nog sporen uit die koudeperiode zichtbaar, waaronder indrukwekkend grote, hoog opgestoven stuifduinen, lössafzettingen en droogdalen.

 

Zwerfstenen

De omgeving van Govelin is in de Saale-ijstijd zeker driemaal door Scandinavisch gletsjerijs bedekt geweest. Telkens vloeiden enorme massa’s ijs als een enorme glijbaan door de Botnische Golf en de Oostzee, zuid- en zuidwestwaarts. Het gevolg van deze ijsbedekkingen is dat rond Govelin bijzonder veel zwerfstenen in de bodem voorkomen. Bij het ploegen van de akkers komen ze ieder jaar bij duizenden te voorschijn.

In de directe omgeving van Govelin is het goed stenen zoeken. je waant je in drenthe van zeker vijftig jaar terug, met veel zwerfstenen op en langs de akkers.

In de directe omgeving van Govelin is het goed stenen zoeken. Je waant je in Drenthe van zeker vijftig jaar terug, met veel zwerfstenen op en langs de akkers.

Sommige akkers liggen vol met stenen, waaronder heel veel vuursteen, waarvan sommige met fraaie fossielen.

Sommige akkers liggen vol stenen, waaronder heel veel vuursteen, waarvan sommige met fraaie fossielen.

 

 

 

 

 

 

 

 

In de wijdere omgeving heb je ook zandgroeves. Bij de exploitatie komen zeer veel keien te voorschijn, waaronder kalkstenen met fossielen, versteend hout e.d.

In de wijdere omgeving heb je ook zandgroeves. Bij de exploitatie komen zeer veel keien te voorschijn, waaronder kalkstenen met fossielen, versteend hout e.d.

In de stenenhopen kom je gesteentetypen tegen uit heel Zweden, de Botnische Golf, Zuidwest-Finland en het Oostzeegebied.

In de stenenhopen kom je gesteentetypen tegen uit heel Zweden, de Botnische Golf, Zuidwest-Finland en het Oostzeegebied.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Normaal is dat zwerfstenen in keileem of grof smeltwaterzand voorkomen. Keileem is de laag gletsjerpuin die na het wegsmelten van het landijs in het landschap achter bleef. Bij Govelin is dat laatste niet het geval, keileem ontbreekt daar grotendeels en grof smeltwaterzand eveneens. Het ontbreken van keileem in grote delen van de Göhrde is te danken aan het uitspoelen door smeltwater, toen het landijs op het laatst van de Saale-ijstijd op zijn retour was.

De cijfers geven de belangrijkste herkomstgebieden aan, waar zwerfstenen bij Govelin vandaan komen. Gebied 4 is het Oslogebied in Zuid-Noorwegen. Zwerfstenen uit die hoek zijn erg zeldzaam.

De cijfers geven de belangrijkste herkomstgebieden aan, waar zwerfstenen bij Govelin vandaan komen. Gebied 4 is het Oslogebied in Zuid-Noorwegen. Zwerfstenen uit die hoek zijn erg zeldzaam.

 

Rond Govelin vinden we zwerfstenen uit vrijwel alle windstreken van Scandinavië. Midden- en Zuid-Zweden en aangrenzende Oostzee zijn weliswaar belangrijke leveranciers geweest, maar in de Göhrde en noordelijk daarvan bij Volksdorf en Vastorf komen verrassend veel zwerfstenen voor uit het noorden van de Oostzee, de Botnische Golf en Zuidwest-Finland. Een karakeristieke zwerfsteensoort uit deze noordelijke streken is rapakivi, een roodachtige graniet met witte ringetjes. Vooral de scherengordel van Åland tussen het vasteland van Finland en Zweden heeft veel zwerfstenen geleverd. Rapakivi’s zijn er in allerlei variaties. De meeste zijn granieten en rood tot rood-bruin van kleur. De bekendste is Ålandrapakivi.

Terwijl het Warthe stadium gekenmerkt wordt door zwerfstenen uit het noorden en noordoosten van Scandinavië, lieten eerdere vergletsjeringsfasen in de Göhrde een gezelschap zwerfstenen achter dat vooral uit Midden- en Zuid-Zweden afkomstig is. Dit gezelschap bestaat uit geheel andere zwerfsteensoorten. Daaronder komen een flink aantal gidsgesteenten voor uit de Zweedse provincies Småland en Dalarne.

 

Alandrapakivi uit Zuidwest-Finland (Aland-eilanden).

Alandrapakivi uit Zuidwest-Finland (Aland-eilanden).

Alandgranietporfier van Hammarudda uit het westen van Aland (Zuidwest-Finland).

Alandgranietporfier van Hammarudda uit het westen van Aland (Zuidwest-Finland).

 

 

 

 

 

 

 

 

Alandgranietporfier met insluitsel van porfierische basalt. Herkomst West-Aland in Zuidwest-Finland.

Alandgranietporfier met insluitsel van porfierische basalt. Herkomst West-Aland in Zuidwest-Finland.

Alandkwartsporfier van Zuidwest-Aland in Zuidwest-Finland.

Alandkwartsporfier van Zuidwest-Aland in Zuidwest-Finland.

 

 

 

 

 

 

 

 

Pyterliet van Aland in Zuidwest-Finland.

Pyterliet van Aland in Zuidwest-Finland.

Finse granietporfier van Kökar, noordoostelijke Oostzee, zuidoostelijk van Aland.

Finse granietporfier van Kökar, noordoostelijke Oostzee, zuidoostelijk van Aland.

 

 

 

 

 

 

 

 

Grijze Revsundgraniet, een gidsgesteente uit Noord-Zweden.

Grijze Revsundgraniet, een gidsgesteente uit Noord-Zweden.

Rode Jotnische zandsteen uit de Botnische Golf.

Rode Jotnische zandsteen uit de Botnische Golf.

 

 

 

 

 

 

 

 

Rode Växiögraniet uit de provincie Smaland in Zuid-Zweden.

Rode Växiögraniet uit de provincie Smaland in Zuid-Zweden.

Enorm zwerfblok van rode Växiögraniet bij Plumbohm, iets zuidoostelijk van Govelin.

Enorm zwerfblok van rode Växiögraniet bij Plumbohm, iets zuidoostelijk van Govelin.

 

 

 

 

 

 

 

 

Paskallavikporfier uit de provincie Smaland in Zuid-Zweden.

Paskallavikporfier uit de provincie Smaland in Zuid-Zweden.

Helleflint uit Zuid-Zweden. Het gesteente is door tektonische krachten, lang geleden in talloze brokstukken gebroken. Een soort 'aardbevingssteen 'dus.

Helleflint uit Zuid-Zweden. Het gesteente is door tektonische krachten, lang geleden, in talloze brokstukken gebroken. Een soort ‘aardbevingssteen’ dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Buizenzandsteen uit de zuidelijke Oostzee zuidoostelijk van Zweden. Buizenzandsteen bestaat uit dichtopeengepakte fossiele woonbuizen van het sporenfoasiel Scolithos linearis. de ouderdom is Vroeg-Cambrium.

Buizenzandsteen uit de zuidelijke Oostzee, zuidoostelijk van Zweden.
Buizenzandsteen bestaat uit dicht opeengepakte fossiele woonbuizen van het sporenfossiel Scolithos linearis. De ouderdom is Vroeg-Cambrium.

Buizenzandsteen van de zijkant gezien.

Buizenzandsteen van de zijkant gezien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kokerzandsteen is ook een Vroeg-Cambrische zandsteen met fossiele woonbuizen van organismen die we niet kennen.

Kokerzandsteen is ook een Vroeg-Cambrische zandsteen met fossiele woonbuizen van organismen die we niet kennen.

Kokerzandsteen van de zijkant gezien.

Kokerzandsteen van de zijkant gezien.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vuursteenknol met gat. Vuursteen vormt keiharde kiezelknollen in krijtkalksteen. Door het gat in de steen heet zo'n vuursteen in Noord-Duitsland 'Hühnergott'. Zoiets brengt geluk, mits opgehangen.

Vuursteenknol met gat. Vuursteen vormt keiharde kiezelknollen in krijtkalksteen. Door het gat in de steen heet zo’n vuursteen in Noord-Duitsland ‘Hühnergott’. Zoiets brengt geluk, mits opgehangen.

Veel vurrstenen zittern barstensvol met kleine 'mostakjes'. Het zijn kleine fragmentjes van struikvormige kolonies van bryozoën.

Veel vuurstenen zitten barstensvol kleine ‘mostakjes’. Het zijn kleine fragmentjes van struikvormige kolonies van bryozoën uit het Laat-Krijt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fossiele zeeëgel (Galerites vulgaris) in vuursteen.

Fossiele zeeëgel (Galerites vulgaris) in vuursteen.

Fossiele zeeëgel (Galerites vulgaris met daarin een afdruk van nog een zeeëgel. 'Mutti und Kind' zeggen ze in Govelin.

Fossiele zeeëgel (Galerites vulgaris) met daarin een afdruk van nog een zeeëgel. ‘Mutti und Kind’ zeggen ze in Govelin.

 

 

 

 

 

 

 

 

De Weichsel-ijstijd

De Weichsel-ijstijd (115.000 – 12.000 jaar geleden) was tot dusver de laatste ijstijd. Het Scandinavische landijs reikte in die tijd niet zo ver zuidwaarts als in de ijstijd daarvoor. Vanaf de Weinberg in Hitzacker heb je een prachtig uitzicht over het Mecklenburgerland aan de overzijde van de Elbe. Bij goed zicht is in de verte een donkere, beboste rand te zien. Deze markeert de uiterste rand – de Jungmoräne – van het landijs uit de Weichsel-ijstijd.

Het klimaat was vooral in de tweede helft van de Weichsel-ijstijd bar en boos. De gemiddelde temperatuur lag in de zomer meestal tussen 0 – 5 graden Celsius. De ondergrond was als gevolg van de intense kou tot meters diep permanent bevroren. Duizenden jaren achtereen verkeerde het landschap van de Göhrde in een poolwoestijn: steenkoud, droog, vrijwel zonder begroeiing.

Uitzicht vanaf de Weinberg in Hitzacker over de Elbe in het mecklenburgerland. De donkere rand aan de horizon markeert de eindmorene, tot waar het landijs reikte in de laatste ijstijd (Weichselien).

Uitzicht vanaf de Weinberg in Hitzacker over de Elbe in het Mecklenburgerland. De donkere rand aan de horizon markeert de eindmorene tot waar het landijs reikte in de laatste ijstijd (Weichselien).

 

Hoewel een landijsbedekking achterwege bleef, heeft vooral de sterke erosie door wind en sneeuwsmeltwater een stempel op het landschap achtergelaten. De bestaande heuvels en zandruggen werden voor een belangrijk deel afgevlakt, de lage zeewaterspiegel zorgde er voor dat de bestaande beken zich in de ondergrond insneden.  Sneeuwsmeltwater dat in de permanent bevroren ondergrond niet kon wegzakken, stroomde oppervlakkig af, waardoor brede droogdalen ontstonden (droogdalen zien er vaak uit als beekdalen, maar ze voeren geen water).

Duizenden jaren achtereen bleef de Göhrde en wijde omgeving in de greep van het poolklimaat. In die tijd is door de wind bijzonder veel zand verplaatst en opgestoven tot meters hoge duinen. Sommige van deze duinen lijken van een afstand wel op grote grafheuvels. In de omgeving van Govelin komen ze veel voor. Ze zijn grotendeels bebost.

In de laatste ijstijd was het klimaat rond Govelin bar en boos.

In de laatste ijstijd was het klimaat rond Govelin bar en boos.

Door het koude klimaat ontbrak gedurende duizenden jaren alle vegetatie. Het landschap was veranderd in een poolwoestijn, waarin heel veel zand verstoof.

Door het koude klimaat ontbrak gedurende duizenden jaren alle vegetatie. Het landschap was veranderd in een poolwoestijn, waarin heel veel zand verstoof.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen het eind van de laatster ijstijd verstoof in een winderig, droog klimaat bijzonderveel zand. In de Göhrde en vooral bij Govelin stoven hoge zandduinen op. Ze zijn bebost.

Tegen het eind van de laatste ijstijd verstoof in een winderig, droog klimaat bijzonder veel zand. In de Göhrde en vooral bij Govelin stoven hoge zandduinen op. Ze zijn bebost.

Op het fijne, droogtegevoelige duinzand overleven vrijwel alleen grove dennen.

Op het fijne, droogtegevoelige duinzand overleven vrijwel alleen grove dennen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een direct gevolg van het verstuiven van zand was dat de zwerfkeien uit de vorige ijstijd die aan de oppervlakte lagen, gezandstraald werden. Het voortdurende botsen van zandkorrels schuurde de stenen af tot regelmatige geometrische vormen met opvallende platte vlakken. Deze door wind gemodelleerde stenen noemt men windkanters. De talloze vuurstenen bleven ook niet ongemoeid. Zij werden door zand en stof glad gepolijst alsof ze gelakt zijn.

 

De schurende werking van het verstuivende zand heeft veel stenen die destijds aan het oppervlak lagen, gezandstraald. Soms ontstonden daarbij windkanters, stenen met door zand afgeschuurde vlakken.

De schurende werking van het verstuivende zand heeft veel stenen die destijds aan het oppervlak lagen, gezandstraald. Soms ontstonden daarbij windkanters, stenen met door zand afgeschuurde vlakken.

Mylonietgneis, een metamorf gesteente. Het oppervlak van deze zwerfsteen is door verstuivend zand glad geschuurd.

Mylonietgneis is een metamorf gesteente. Het oppervlak van deze zwerfsteen is door verstuivend zand gemodelleerd en glad geschuurd.

 

 

 

 

 

 

 

 

De laatste paar duizend jaar van de Weichsel-ijstijd worden gekenmerkt door een aantal abrupte klimaatwisselingen. Mildere perioden waarin het landschap geleidelijk bebost raakte met dennen en berken werden opgevolgd door perioden waarin de kou terug keerde. Ook nu weer had de wind vrij spel waarbij op grote schaal opnieuw zand kon gaan verstuiven. Dit zand ligt op veel plaatsen aan het oppervlak. Omdat dit zand als een deken over het landschap is uitgewaaid en oudere afzettingen toedekt, noemt men het dekzand.

Bijna twaalfduizend jaar geleden warmde het klimaat flink op, de intense koude van de Weichsel-ijstijd behoorde tot het verleden. In die tijd zien we de eerste mensen verschijnen. Het waren nomaden die de kudden rendieren tijdens hun trekbewegingen volgden. Het verschijnen van deze rendierjagers markeert min of meer het begin van het Holoceen, de warme periode waarin wij nu leven.

Het fijne ijstijdzand ligt over grote oppervlakken aan de oppervlakte. In een winderig droog voorjaar verstuift het zand heel makkelijk.voorjaar

Het fijne ijstijdzand ligt over grote oppervlakken aan de oppervlakte. In een winderig droog voorjaar verstuift het zand heel makkelijk.

Verstuivend dekzand in het Wendland.

Verstuivend dekzand in het Wendland.

 

 

 

 

 

 

 

 

Duizenden jaren na het einde van de ijstijd kreeg het boerenbedrijf vaste grond onder de voeten. Dat gebeurde niet van gisteren op vandaag, maar allengs werden natuur en landschap ondergeschikt aan de boerende mens. Dankzij de landbouw verschenen tal van nieuwe planten en dieren in het landschap, waaronder de bijzonder fraaie roggelelie. Deze in het wild bloeiende planten zijn gelukkig nog ieder jaar te bewonderen op de zandschrale graanakkers van Harry Bergmann in Govelin. Er is een spreekwoord dat zegt: Eerst Napels zien en dan sterven. Zover hoeft het met de roggelelies niet te komen, maar een kort of langer verblijf zijn ze zeker waard.

Het erf van de 'Bergmannen' in Govelin nodigt tijdens de 'Feuerlilientage' uit tot een 'gemütliches Beisammensein. U kunt er voor een vakantie ook logeren in de nabijgelegen Ferienwohnung.

Het erf van de ‘Bergmannen‘ in Govelin nodigt tijdens de Feuerlilientage uit tot een ‘gemütliches Beisammensein’. U kunt er voor een vakantie ook logeren in de nabijgelegen Ferienwohnung.

Als u dat eind juli doet dan bloeien de roggelelies.

Als u dat eind juli doet dan bloeien de roggelelies.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s