10. Metamorfe gesteenten

 

Metamorfe gesteenten, kortweg metamorfieten genoemd, zijn als zwerfsteen in Drenthe veel te vinden. De groep als geheel staat bij zwerfsteenverzamelaars vooral bekend als ‘gneizen’. Gneizen, maar ook andere metamorfieten, komen in het Hondsruggebied bijzonder veel voor, waarbij vooral de enorme gevarieerdheid opvalt.

Ogengneis - Zwerfsteen van Walchum (Dld.) De oog- of amandelvormige veldspaten vormen opvallende kristalvormingen in de gestreepte gneis. Ze zijn van oranjekleurige kaliveldspaat.

Ogengneis – Zwerfsteen van Walchum (Dld.).
De oog- of amandelvormige veldspaten vormen opvallende kristalvormingen in de gestreepte gneis. Ze zijn van oranjekleurige kaliveldspaat. Deze nieuwgevormde oogvormige kristallen noemt men porfyroblasten.

Gedeformeerde pegmatiet - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.). Door druk zijn zowel de kaliveldspaten als de kwartsen uitgewalst. Dit gesteente komt voor langs de zuidwestkust van Zweden en wordt als gidsgesteente ook wel Vlammenpegmatiet genoemd.

Gedeformeerde pegmatiet – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).
Door druk zijn zowel de kaliveldspaten als de kwartsen uitgewalst. Dit gesteente komt voor langs de zuidwestkust van Zweden en wordt als gidsgesteente ook wel vlammenpegmatiet genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Metamorfieten zijn omzettingsgesteenten. Deze gesteenten ontstaan meest bij hoge druk en temperatuur, op grote diepte in de aardkorst. Onder invloed van druk en temperatuur worden gesteenten niet alleen plastisch vervormbaar, ook en vooral vallen de samenstellende mineralen in hun bestanddelen uiteen, waaruit nieuwe combinaties worden gevormd, met als gevolg nieuwe mineralen. Bij metamorfose verandert niet alleen de minerale samenstelling, ook het uiterlijk van het gesteente ondergaat een drastische wijziging. Kalksteen met fossielen verandert in marmer met fraaie structuren, waarin de fossielen geheel verdwenen zijn. Klei metamorfoseert via leisteen tot schist en vervolgens tot een kleurige gneis met dezelfde mineralen als waar graniet uit bestaat. Kortom, bij metamorfose ondergaan gesteenten een veranderingsproces, waarbij die tenslotte in het geheel niet meer op het uitgangsgesteente lijken.

Hoornblendegneis - Ertebölle, Limfjord (Dk.) De zwarte strepen zijn nieuwgevormde kristallen van hoornblende. Het prachtig wit met zwarte gesteente komt uit Zuid-Noorwegen, uit de omgeving van de stad Skien.

Hoornblendegneis – Ertebölle, Limfjord (Dk.)
De zwarte strepen zijn nieuwgevormde kristallen van hoornblende. Het prachtig wit met zwarte gesteente komt uit Zuid-Noorwegen, uit de omgeving van de stad Skien.

 

Granaatgneis - Zwerfsteen van Borger (Dr.). De roestige pitten in het gesteente zijn verweerde granaten. D lichtkleurige strepen en banden zijn nieuwvormingen van kaliveldspaat en kwarts.

Granaatgneis – Zwerfsteen van Borger (Dr.).
De roestige pitten in het gesteente zijn verweerde granaten. De lichtkleurige strepen en banden zijn nieuwvormingen van kaliveldspaat en kwarts.

Biotietgranaatgneis - Zwerfsteen van Amerika, Een-west (Dr.).

Biotietgranaatgneis – Zwerfsteen van Amerika, Een-west (Dr.).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplooide gneis - Zwerfsteen van Zuidlaren (Dr.). Druk in de aardkorst veroorzaakt dat gesteenten heel langzaam veranderen, waarbij het geplooid wordt.

Geplooide gneis – Zwerfsteen van Zuidlaren (Dr.).
Druk in de aardkorst veroorzaakt dat gesteenten heel langzaam veranderen, waarbij ze soms geplooid worden.

Biotietgneis - Zwerfsteen van Wilsum (Dld.)

Biotietgneis – Zwerfsteen van Wilsum (Dld.).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hét kenmerk van metamorfe gesteenten en van gneizen in het bijzonder is dat deze een ‘gelaagde’ indruk maken. Omdat bij gneizen van een echte gelaagdheid geen sprake is, zou beter gesproken kunnen worden van streperigheid. Gneizen zijn gestreept omdat de minerale bestanddelen geen doorlopende laagjes vormen, zoals in afzettingsgesteenten, maar een soort plakjes vormen, ‘pannenkoekjes’ als het ware, die dakpansgewijs boven en naast elkaar het gesteente opbouwen. Op dwarsdoorsnede ogen deze plakjes als lensjes, strepen en streepjes.

Gneis met kaliveldspaatporfyroblasten - Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.) De grote rose gekleurde vlekken zijn nieuwgevormde kristallen (porfyroblasten) van kaliveldspaat.

Gneis met kaliveldspaatporfyroblasten – Zwerfsteen van Werpeloh (Dld.).
De grote rose gekleurde vlekken zijn nieuwgevormde kristallen (porfyroblasten) van kaliveldspaat.

 

Onderstaande foto’s tonen een aantal gneistypen

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Biotietgneis met relictstructuur - Zwerfsteen van Borger (Dr.). Deze gneis is bij hoge druk en temperatuur, diep in de aardkorst ontstaan uit een met klei verontreinigde zandsteen. In de oorspronkelijke zandsteen was kriskras gelaagdheid aanwezig. Deze gelaagdheid is bij de metamorfose deels bewaard gebleven.

Biotietgneis met relictstructuur – Zwerfsteen van Borger (Dr.).
Deze gneis is bij hoge druk en temperatuur, diep in de aardkorst, ontstaan uit een zandsteen. In de oorspronkelijke zandsteen was kriskras gelaagdheid aanwezig. Deze gelaagdheid is bij de metamorfose deels bewaard gebleven.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Amfiboliet

Gneizen bestaan doorgaans uit dezelfde mineralen als in graniet: kaliveldspaat, plagioklaas, kwarts en glimmer. Maar er is ook een groep donker gekleurde metamorfieten, die net als gneizen een gestreept uiterlijk bezitten, maar zich van deze onderscheiden door hun donkere, zwart met witte uiterlijk. Deze zwerfsteentypen noemt men amfibolieten. De donkere kleur wijst op een andere samenstelling. Amfibolieten bestaan uit zwarte amfibool – gewoonlijk hoornblende genoemd – witte plagioklaas en regelmatig enige biotiet. Kwarts en kaliveldspaat zijn in amfiboliet afwezig. Onder zwerfstenen zijn amfibolieten niet zeldzaam. 

Nu zijn er meer zwerfstenen die een zwart-wit uiterlijk hebben, zoals dioriet en gabbro. Anders dan amfiboliet zijn dit geen metamorfieten, maar magmatische gesteenten. Dioriet en de nog donkerder gekleurde gabbro tonen geen gestreeptheid. Ze zijn richtingloos korrelig, waarbij de mineraalkorrels als in een mozaïek gerangschikt zijn.

Amfibolieten ontstaan door metamorfose uit basische gesteenten als basalt, diabaas, gabbro en dioriet. Bijzonder is dat min of meer identieke amfibolieten ook uit mergelige kleien kunnen ontstaan. Als uit het gesteente duidelijk is dat het amfibolietgesteente van magmatische oorsprong is, dan gebruikt men tegenwoordig in de petrografie veelal het voorvoegsel ‘meta’ (= metamorf). Men spreekt dan niet van amfiboliet, maar van metabasalt, metagabbro enz. 

Amfibolieten zijn meer of minder gestreepte donkerkleurige gesteenten. Ze ontstaan door metamorfose uit kleiïge gesteenten, maar kunnen ook basalt en gabbro als oorsprong hebben. Bij metamorfose vallen mineralen als gevolg van druk en temperatuur in hun bestanddelen uiteen. Die vormen vervolgens nieuwe combinaties, waarbij geheel nieuwe mineralen ontstaan. Metamorfe gesteenten hebben daarom een geheel ander uiterlijk dan de gesteenten waaruit ze zijn ontstaan.

Amfibolieten zijn meer of minder gestreepte, donkerkleurige gesteenten. Ze ontstaan door metamorfose uit kleiïge gesteenten, maar kunnen ook basalt en gabbro als oorsprong hebben. Bij metamorfose vallen mineralen als gevolg van druk en temperatuur in hun bestanddelen uiteen. Die vormen vervolgens nieuwe combinaties, waarbij geheel nieuwe mineralen ontstaan. Metamorfe gesteenten hebben daarom een geheel ander uiterlijk dan de gesteenten waaruit ze zijn ontstaan.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s