05. Stollingsgesteenten

 

Stollingsgesteenten noemt men ook wel magmatieten. Ze ontstaan door het kristalliseren van gloeiend vloeibaar magma of lava. Gesteenten die onder het aardoppervlak, vaak op grote diepte, uit magma ontstaan noemt men dieptegesteenten of plutonieten.

Uitvloeiingsgesteenten daarentegen ontstaan bij vulkanische uitbarstingen als lava aan het aardoppervlak uitvloeit en daar afkoelt. Basalt is hiervan een voorbeeld. Uitvloeiingsgesteenten worden tegenwoordig bij voorkeur vulkanieten genoemd.

Daarnaast is er ook nog een groep overgangsgesteenten tussen dieptegesteenten en vulkanieten. Deze zgn. ganggesteenten ontstaan uit afkoelend magma dat in spleten en scheuren van de aardkorst is geperst. 

Drammengraniet - Voera, Sandefjord, Noorwegen Drammengraniet komt voor in de buurt van de Noorse stad Oslo. Het is een fraaie, oranjerode graniet. Vergeleken met de meeste andere granieten uit Scandinavië is deze Drammengraniet nog erg jong. Het gesteente ontstond in de Perm-periode, ca. 2460 miljoen jaar geleden. zweedse granieten zijn vaak meer dan 1.500 miljoen jaar oud.

Drammengraniet – Voera, Sandefjord, Noorwegen.
Drammengraniet komt voor in de buurt van de Noorse stad Oslo. Het is een fraaie, zalmrode graniet. Vergeleken met de meeste andere granieten uit Scandinavië is Drammengraniet erg jong. Het gesteente ontstond in de Perm-periode, ca. 280 miljoen jaar geleden. Zweedse granieten zijn vaak meer dan 1.500 miljoen jaar oud.

 

Magma en dus ook lava kan heel verschillend van samenstelling zijn, afhankelijk van de omstandigheden en de plaats waar het in of zelfs onder de aardkorst gevormd wordt. Als magma in de aardkorst opstijgt kunnen bestanddelen uit het omringende gesteente opsmelten en zich met het magma vermengen. Daardoor verandert de samenstelling van het magma..

Magmadiagram

Magma ontstaat doorgaans in de onderste regionen van de aardkorst. Gangmaker is vaak zeer heet basaltisch magma dat het onderste deel van de aardkorst binnendringt. Als gevolg van de hitte smelten bestaande aardkorstgesteenten en vormen zo grote opeenhopingen van magma. Magma is lichter dan het omringende vaste gesteente, waardoor het de neiging heeft om langzaam in de aardkorst op te stijgen. Hierbij worden delen van het nevengesteente ook opgesmolten. De magmahaarden blijven meestal op enkele kilometers diepte onder het aardoppervlak steken, waar ze door langzame afkoeling verharden tot gesteenten. De zeer langzame afkoeling maakt dat gesteenten, die diep in de aardkorst ontstaan, uit relatief grote kristallen bestaan. Deze zijn makkelijk met het blote oog te onderscheiden.

Utthammergraniet - Zwerfsteen van Hubertsberg, Oostzee (Dld.) De gersteenten op beide foto´s zijn stollingsgesteenten die op een paar kilometer diepte in de aardkorst heel langzaam uit afkoelend magma zijn gekristalliseerd. Ze zijn heel verschillend van samenstelling. Dat bepaalt ook het kleurverschil.

Uthammergraniet – Zwerfsteen van Hubertsberg, Oostzee (Dld.).
De gesteenten op beide foto´s zijn stollingsgesteenten, die op een paar kilometer diepte in de aardkorst heel langzaam uit afkoelend magma zijn gekristalliseerd. Ze zijn heel verschillend van samenstelling. Dat bepaalt ook het kleurverschil.

Gabbro - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.). Gabbro's bevatten meestal meer donkere mineralen dan plagioklaas. Het zijn donkere gesteenten, ook al omdat de plagioklaas donker kleurt en niet wit zoals in dioriet.

Gabbro – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.).
Gabbro is het dieptegesteente van basalt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Globaal zijn er twee soorten magma: een basisch en een zuur type.  De eerste is doorgaans afkomstig uit de bovenste aardmantel. Dit magma is verhoudingsgewijs erg heet (ca. 1200 graden). De samenstelling noemt men basisch, omdat dit magma relatief weinig kiezelzuur (SiO2) bevat. Gesteenten die hieruit ontstaan hebben door de aanwezigheid van veel donkere, ijzer- en magnesiumrijke mineralen een somber, donker uiterlijk (gabbro). Sommige gesteenten zijn zelfs nagenoeg zwart van kleur. Het meest bekende gesteente uit deze groep is basalt.

 

De hoge temperatuur van basaltlava en de dunvloeibaarheid ervan maakt dat op Hawaì lavastromen lengtes van vele kilometers kunnen bereiken. De bovenzijde van de stromende lava is al gestold, eronder is het gesteente nog vloeibaar. dergelijke lavastromen vernietigen alles op hun weg. tegen houden is geen optie.

De hoge temperatuur van basaltlava en de dunvloeibaarheid ervan maakt dat lavastromen op Hawaì lengtes kunnen bereiken van vele kilometers. De bovenzijde van de stromende lava is al gestold, eronder is het gesteente nog vloeibaar. Dergelijke lavastromen vernietigen alles op hun weg.

 

Basalt - Zwerfsteen van Hoogersmilde (Dr.) Basalt is een donker, ijzerrijk vulkanisch gesteente dat op aarde heel veel voorkomt.

Basalt – Zwerfsteen van Hogersmilde (Dr.).
Basalt is een donker, ijzer- en magnesiumrijk vulkanisch gesteente, dat op aarde heel veel voorkomt.

 

Het andere type magma wordt zuur genoemd, vanwege het hoge gehalte aan kiezelzuur (SiO2). In zuur magma is hiervan zoveel aanwezig dat bij de vorming van de mineralen silica (kiezel) over blijft. Bij de stolling van het magma  kristalliseert dit vervolgens uit als vrije kwarts. Een bekend gesteente met veel vrije kwarts is graniet.

Door menging en opsmelting van vreemd gesteente bestaan tussen beide magmasoorten allerlei overgangen, maar het zou te ver voeren om hier op in te gaan.

Porfierische Bohuslangraniet - Werpeloh (Dld.). Bohuslangraniet komt voor langs de zuidwestkust in Zweden.

Porfierische Bohuslangraniet – Werpeloh (Dld.).
Bohuslangraniet is een gidsgesteente, een zwerfsteensoort dus waarvan de herkomst bekend is. Bohuslangraniet komt voor langs de zuidwestkust in Zweden.

 

Veel opeenhopingen van magma ontstaan ten gevolge van het botsen van aardkorstplaten. Op een aantal plaatsen op aarde verdwijnen oceanische aardkorstplaten in het aardbinnenste. Naar mate de wegduikende aardkorstplaat dieper zinkt, nemen temperatuur en druk toe. Uiteindelijk wordt de temperatuur zo hoog, dat meegesleurd zeebodemsediment als eerste gaat smelten. Het gevormde magma kan en zal in de diepte langzaam kristalliseren, maar is meestal ook aanleiding tot vulkanisme, waarbij de vulkanen op enige afstand van de botsingsnaad vulkanische gebergten vormen, zoals het Andesgebergte in Zuid-Amerika.

Magma’s die op deze wijze ontstaan hebben doorgaans een samenstelling die het midden houdt tussen een zuur en een basisch magma.

Pyterliet - Zwerfsteen van Sellingerbeetse (Gr.) Pyterliet is een granietsoort met veel oranjerode met daartussen veel grijze en grijsblauwe kwarts. de zwarte pitjes zijn van biotiet. kaliveldspaat

Pyterliet – Zwerfsteen van Sellingerbeetse (Gr.).
Pyterliet is een granietsoort met veel oranjerode kaliveldspaat, met daar omheen veel rookgrijze en grijsblauwe kwarts. De witte vlekken zijn van plagioklaas, ook een veldspaatsoort. De zwarte pitjes zijn van biotiet.

 

Nagenoeg alle stollingsgesteenten zijn opgebouwd uit kristallen, vandaar de uitdrukking kristallijne gesteenten. Dit hebben ze gemeen met veel metamorfe gesteenten, die ook uit kristallen zijn opgebouwd. Bij stollingsgesteenten vormen de kristallen zich door afkoeling van gesmolten gesteente. Als door afkoeling in de hete gesteentemassa kristalkiemen ontstaan, trekken atomen uit het magma naar het kristal in wording. De atomen rangschikken zich in een vast patroon dat voor ieder mineraal verschillend is.

Magma en lava bestaan altijd uit verschillende componenten. Als er mineralen in de vorm van kristallen gevormd worden, trekken atomen niet allemaal naar hetzelfde kristal. Zo ontstaan er kristallen van verschillende mineralen. Afhankelijk van het sortiment mineralen in een gesteente krijgt deze een naam. Graniet bijvoorbeeld, bestaat in hoofdzaak uit vier mineralen: twee soorten veldspaat, kwarts en glimmer. Basalt daarentegen is heel anders van samenstelling. Dit gesteente bevat vooral veel donkere, ijzer- en magnesiumrijke mineralen naast veldspaat.

Stenen bekijk je niet met zo'n loep. De vergroting is te gering. Beter is een kleine zakloep die je voor je oog houdt.

Stenen bekijk je niet met zo’n loep. De vergroting is te gering. Beter is een kleine zakloep die je voor je oog houdt of….?

 

Bij het benoemen van gesteenten, dus ook zwerfstenen, is het belangrijk te weten welke mineralen aanwezig zijn. Zwerfstenen bekijken we doorgaans met het blote oog of met een loep. Een veel betere kijk krijg je als je stenen onder een binoculair bekijkt. Hoe dan ook, als je in staat bent de samenstellende minerale bestanddelen te herkennen, dan weet je doorgaans ook welke naam de steen verdient. Doorgaans lukt dit bij zwerfstenen die je met een loep bekijkt heel goed.

Stereoloepen ofwel binoculairs zien er op het eerste gezicht indrukwekkend wetenschappelijk uit. Ze zijn niet zo duur meer, maar vooral kun je stenen en fossielen hiermee heel goed bekijken, zonder vermoeide ogen te krijgen.

…je koopt een binoculair. Stereoloepen ofwel binoculairs zien er op het eerste gezicht indrukwekkend wetenschappelijk en daarom duur uit. De prijzen die men er tegenwoordig voor vraagt, zijn echter niet zo hoog meer. Voor een paar honderd euro heb je al een apparaat dat een mensenleven meegaat. Met een binoculair kun je je stenen en fossielen heel goed bekijken, zonder dat je ogen vermoeid raken.

 

Hoewel in de aardkorst duizenden verschillende mineralen voorkomen, zijn er maar een handvol betrokken bij de vorming van gesteenten. Deze veelvoorkomende mineralen noemt men gesteentevormende mineralen. In de meeste zwerfstenen zijn dat kwarts, veldspaat, veldspaatvervangers, glimmer, amfibool, pyroxeen en olivijn. Veruit de meeste stollingsgesteenten bestaan voor zo’n 95% uit drie tot vijf verschillende mineralen. Net zo goed als de meesten van ons probleemloos vijf of meer automerken kunnen opnoemen, moet het na enige oefening mogelijk zijn om een paar belangrijke gesteentevormende mineralen te herkennen. Kun je dat, en weet je ook nog een beetje de weg in de kleuren die mineralen kunnen hebben, dan ben je ‘spekkoper’. Voor jou hebben zwerfstenen opeens veel minder geheimen. 

Om het nog makkelijker te maken: sommige mineralen komen samen nooit in één en dezelfde steen voor. Zo sluiten kwarts en olivijn elkaar uit. Kwarts en nefelien doen dit ook. Verder zul je in een zwerfsteen maar zelden pyroxeen en kwarts samen aantreffen. Heb je een steen waarin kwarts voorkomt, samen met een zwart mineraal dat op pyroxeen lijkt, dan is die laatste in de meeste gevallen hoornblende. Dit is een amfiboolsoort.

Hieronder zie je een aantal veelvoorkomende stollingsgesteenten. Wil je meer zien, klik dan in het menu op een van de volgende items.

Rode Växiögraniet - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.). Opvallend aan deze graniet is de blauwgekleurde kwarts. Ze vormen onregelmatige klodders en kristallen tussen de roodachtige kaliveldspaten. Het donkere mineraal is zwarte biotiet. De andere veldspaatsoort, plagioklaas, is hier te zien als vuil geelachtige vlekken. Deze rode vaxiögraniet komt uit Zuid-Zweden (Smaland).

Rode Vaxiögraniet – Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.).
Opvallend aan deze graniet is de blauwgrijs gekleurde kwarts. Dit mineraal vormt onregelmatige klodders tussen en opzij van de roodachtige kaliveldspaten. Het donkere mineraal is biotiet. De andere veldspaatsoort, plagioklaas, vormt vuil geelachtig groene vlekken in de graniet. Rode Vaxiögraniet komt uit Zuid-Zweden (Smaland).

 

Tweeglimmergraniet van Angermanland - Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.) Deze grijze graniet is een dieptegesteente. Opvallend is de aanwezigheid van twee soorten glimmer: zwarte biotiet en zilverwitte mica.

Härnögraniet – Zwerfsteen van Emmerschans (Dr.).
Deze grijze graniet is een dieptegesteente. Opvallend is de aanwezigheid van twee soorten glimmer: zwarte biotiet en zilverwitte mica of muscoviet.

 

Finse granietporfier - Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.). Granietporfier is een stollingsgesteente die halverwege de aardkorst ontstaan is in met magma gevulde scheuren en spleten. Omdat de afkoeling daarin relatief snel verloopt zijn een groot aantal reeds gevormde kristallen gevangen geraakt in een massa veel kleinere kristalletjes. Die laatste ontstonden door de snelle afkoeling in de gesteentespleet. Dit soort gesteente met twee generaties kristallen - groot en heel kleine - noemt men een ganggesteente. de structuur lijkt in de verte wel wat op die van sucadebrood. In de geologie noemt men dat 'porfierisch'.

Finse granietporfier – Zwerfsteen van Ellertshaar (Dr.).
Granietporfier is een stollingsgesteente dat in de aardkorst is ontstaan in met magma gevulde scheuren en spleten. Omdat de afkoeling relatief snel verloopt zijn een groot aantal reeds gevormde kristallen gevangen geraakt in een massa met veel kleinere kristallen. Die laatste ontstonden door de snelle afkoeling in de gesteentespleet. Dit soort gesteente met twee generaties kristallen – groot en heel klein – noemt men een ganggesteente. De structuur lijkt in de verte wel iets  op die van sucadebrood.

 

Dalakwartsporfier - Sellingerbeetse (Gr.). Kwartsporfieren bezitten zichtbare kleine kwartsen.Deze zijn als grijze pitjes of vlekjes verspreid in het gesteente te zien. Deze gesteenten hebben dezelfde samenstelling als graniet, maar ontstonden aan het aardoppervlak tijdens heel heftige vulkaanuitbarstingen. Hun porfierische structuur blijkt uit de talloze kleine vlekjes en pitjes die in een zeer fijnkorrelige grondmassa lijken te zweven.

Dalakwartsporfier – Sellingerbeetse (Gr.).
Kwartsporfieren bevatten zichtbare kleine kwartsen. Deze zijn als grijze pitjes of vlekjes verspreid in het gesteente te zien.
Kwartsporfieren hebben dezelfde samenstelling als graniet, maar ontstaan meest aan het aardoppervlak bij zeer heftige vulkaanuitbarstingen. Hun porfierische structuur blijkt uit de talloze kleine vlekjes en pitjes, die in een zeer fijnkorrelige grondmassa lijken te zweven.

 

Botnische felsietporfier - Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.). Een ander voorbeeld van een kwartsporfier. Het gesteente is zeer dicht en keihard. Het bgreekt bijna als vuursteen. In het gesteente zijn relatief weinig vlekjes en pitjes van eerder gevormde kristallen zichtbaar. Deze, in een vroege fase van stolling gevormde kristallen noemt men eerstelingen.

Botnische felsietporfier – Zwerfsteen van Nijbeets (Fr.).
Een ander voorbeeld van een kwartsporfier. Het gesteente is zeer dicht en keihard. Het breekt bijna als vuursteen. In het gesteente zijn relatief weinig vlekjes en pitjes van eerder gevormde kristallen zichtbaar. Deze, in een vroege fase van stolling gevormde kristallen noemt men eerstelingen.

 

Veldspaatgabbro / Zwerfsteen van Elsloo Fr.'

Veldspaatgabbro – Zwerfsteen van Elsloo (Fr.). Veldspaatgabbro’s zijn donkere ijzer- en magnesiumrijke gesteenten, die rijk zijn aan de veldspaatsoort plagioklaas. Normale gabbro’s zijn veel donkerder doordat mineralen als augiet of hoornblende in de meerderheid zijn..

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s